Tag Archives: fundamentalisme

Waardering van religieus fundamentalisme

22 Dec

Godwin’s law stelt dat naarmate online discussies langer worden, de kans op een referentie aan het nazisme groter wordt. In de praktijk geldt hetzelfde voor religie, of meer specifiek: het al dan niet bestaan van een god. Dat is logisch: iedereen heeft er een mening over en die mening beïnvloedt vervolgens mede hoe men vele fundamentele zaken beschouwt. Dat maakt het geloofsspectrum interessant, wat mij betreft.

 Twee stromingen binnen dat spectrum – religieus fundamentalisme en modern religieus ‘liberalisme’ – spelen ook in Nederland een rol van betekenis. Het ligt, zeker voor een ongelovige als ondergetekende, wellicht niet voor de hand, maar ik heb vaak meer waardering voor de eerste stroming dan voor de tweede. Ik zal uitleggen waarom en beperk me daarbij vooral tot het Christendom.

De inzichten van de Verlichting en wetenschap ten spijt, houdt men ook in het Westen graag vast aan het idee van een hemelse vader. Nu beperkt zich dat nog met name tot de VS, maar ook in Nederland verwacht ik nog een opleving van de moderne en warm klinkende ‘God is liefde’-variant [1]. Zeg maar de EO-Jongerendag-God. Een variant die pas vrij recentelijk tot standaard lijkt te zijn verheven en waarin nauwelijks plaats is voor ongemakkelijke bijbelpassages over homoseksualiteit, slavernij, genocide, vrouwenrechten en de Hel.

Het Christendom is het instrument van de Inquisitie kwijt. Het zal zich dus op een andere manier moeten opdringen aan de moderne mens, die zelf immers het beste weet wat goed voor hem is. Maar vergeet niet hoe het was, zoals de onlangs overleden schrijver Christopher Hitchens zei:

“Religion now comes to us in this smiley face ingratiating way. Because it had to give só much ground and because we now know so much more. But you have no right to forget the way it behaved when it was strong and when it really díd believe that it had God on it’s side.”

Twee mensen uit mijn directe omgeving noemen zichzelf Christen. Een van hen heeft daadwerkelijk de Bijbel gelezen. Hij beweert ten aanzien van de onprettige delen: “Ik beleef mijn religie op een wijze die bij mij past. Je moet hetgeen geschreven staat in de Bijbel zien in de tijdgeest van toen. Wij leven nu.” Dat klinkt heel vooruitstrevend. Maar ik vind het een nietszeggend mantra dat zonder veel nadenken eindeloos wordt herhaald. Natuurlijk vind ik dat we de Bijbel moeten zien in de tijdgeest van toen. Dat lijkt me, gezien de deels abjecte inhoud, verstandig. Maar dat is niet het soort argument dat ik van Christelijke zijde verwacht. Het interpreteren en aanpassen van normen en waarden aan veranderende tijden is inderdaad vanzelfsprekend. Ook in de juridische praktijk gebeurt dit met wetten en rechtspraak.

Maar een heilig boek als de Bijbel is uniek in zijn soort, in de zin dat het pretendeert juist géén door mensen voor een bepaalde tijd en regio geïnspireerd en opgesteld boek te zijn. Dit boek is immers goddelijk en bestemd voor Zijn gehele creatie; het is het (in het geval van de Koran letterlijke) woord van de almachtige, alwetende en universum-scheppende God [2]. Maar wat doet de moderne Christen? Hij of zij wringt zich in allerlei bochten om door de wetenschap ontdekte feiten en een gegroeid ethisch besef, met dat tweeduizend jaar oud geschrift in overeenstemming te brengen. Hoe? Door passages in dat geschrift te negeren of dusdanig te interpreteren dat ze aansluiten bij de moderne tijdgeest. Het woord ‘dag’ (yom) uit het scheppingsverhaal betekent dan plotseling niet meer een periode van 24 uur, maar van vele miljoenen jaren. En de Hel heeft een transformatie ondergaan van eeuwig brandend vuur naar ‘plek zonder God’. Textbook cognitieve dissonantie, me dunkt.

Wie zijn wij om te bepalen welk deel van het woord van een almachtige, alwetende schepper we wel, en welk deel we niet langer wensen te volgen? Dat lijkt me voorbehouden aan God zelf. Bijvoorbeeld via de sociale media, waar Hij ons een nieuwe openbaring geeft die bepaalde delen van de Bijbel als niet langer geldend verklaart. [3] Ik denk niet dat Hij zoveel volgers zou krijgen als Lady Gaga of Justin Bieber, maar de verering van afgoden is Hij wel gewend. En ik vind het ook niet teveel gevraagd; in Bijbelse tijden ging  God geregeld bij stervelingen op bezoek. [4]

Natuurlijk, de meeste teksten zijn gediend bij interpretatie, maar sommige teksten zijn – los van het voorgaande – nauwelijks te interpreteren door de manier waarop ze zijn opgesteld. Dit geldt ook voor bepaalde passages in de Koran. Het is in die zin volkomen logisch dat wanneer er in de soera’s 2:216, 2:191, 4:89, 4:191 en 9:5 wordt opgeroepen te strijden tegen ongelovigen en ze te doden, vele moslims verheugd de bomgordel aansnoeren. Of erger. Het zou te makkelijk zijn om deze mensen als ‘gestoord’ af te doen. Dat zijn ze niet en daarmee wordt het probleem onderschat. Deze mensen geloven alleen echt dat hun heilige boek het woord van God is en achten hun god, als schepper van het universum, toch zeker wel in staat tot het verwoorden van Zijn wil. Zo bezien handelen zij volkomen rationeel. Zoals Sam Harris terecht stelt:

“it is not like if we just read the holy books more closely, we would discover all these reasons to be moderates. I’ve got news for you: I’ve read the books; God is nót a moderate. There is no place in the books where God says: you know, when you get to the new world and you develop your three branches of government and you have a civil society, you can just jettison all the barbarism I recommended in the first books.”

Hoewel logische inconsistentie voor mij een belangrijke reden is om religieus modernisme van de hand te wijzen, is het niet de enige. Want hoewel ik wat inhoud betreft blij ben met gematigde c.q. liberale gelovigen, ondersteunen zij naar mijn mening wel – gewild of ongewild – het podium genaamd ‘respect voor religieuze opvattingen’. Het podium waarop gevaarlijke en schadelijke fundamentalisten hun boodschap vrijelijk kunnen verkondigen. En ik denk dat de liberale religieuze meerderheid de laatste groep is die daartegen in verweer zal komen.

Ik stel voor dat gematigde gelovigen – net als zwevende kiezers – een keer de knoop doorhakken. Als men gaat schrappen in een boek afkomstig van een wezen dat men goddelijke eigenschappen toedicht, dient die lijn te worden doorgetrokken. Nog beter zou het zijn alsgematigde gelovigen terugkeren naar de fundamenten van die heilige boeken. Ik zie namelijk graag dat men boeken als de Bijbel en de Koran dan leest voor wat ze werkelijk zijn, om ze vervolgens vol afschuw en met volle overtuiging aan de literair-historische afdeling van de meest nabije bibliotheek te doneren.


1. In een wereldwijd onderzoek gedaan in 2012, is onderzocht welk percentage van de mensen in een land zichzelf als religieus beschouwt. Nederland is samen met Finland het enige West-Europese land waar dit percentage gestegen is. Hier van 42% in 2005 naar 43% in 2012. Een kleine stijging, maar niettemin opvallend, gezien de sterk dalende trend wereldwijd (-9%) en in een aantal andere West-Europese landen gedurende hetzelfde tijdsbestek (Duitsland –9%, Ierland -22%, Zwitserland -21%, Frankrijk -21%).

2. Anders dan in de Islam, bestaat er binnen het Christendom wel enige onenigheid over de vraag op welke wijze en in hoeverre de Bijbel het woord van God is. De Bijbel zelf zegt van wel (2 Timotheus 3:16). Hoe dit ook zij, de twee meest gangbare geloofsbelijdenissen binnen het Christendom (de Apostolistische en die van Nicea-Constantinopel) destilleren uit de Bijbel een aantal fundamentele doctrines: het bestaan van de almachtige schepper God, Zijn maagdelijk verwekte zoon J.C., diens kruisiging en wederopstanding, vergeving van de erfzonde (en daarmee het letterlijke verhaal van Adam en Eva), ‘overige’ zonden en het bestaan van een hemel en hel. Wie zich in deze basale leerstellingen niet kan vinden, is wat mij betreft geen Christen.

3. De verschijning van Jesus Christus in het Nieuwe Testament valt daar naar mijn mening niet onder. Hij zegt in Mattheüs 5:17-19 namelijk uitdrukkelijk dat hij niet is gekomen om ook maar een letter van de Wet (de wetten uit het Oude Testament) te wijzigen. Wel is het zo dat hij ten aanzien van bijvoorbeeld steniging van een overspelige vrouw min of meer heeft bepaald dat die barbaarse praktijk tot het verleden dient te behoren. Het komt mij dus voor dat het genuanceerde uitgangspunt moet zijn dat alles uit het Oude Testament wat door Jezus stilzwijgend of expliciet in stand is gelaten, zijn gelding behoudt.

4. Genesis 3:8, Genesis 18:1, 13-17, Genesis 32:24-30, Exodus 24:9-11, Richteren 13:3,4,16-18, Daniel 7:13,14, Daniel 3:24,25 en uiteraard later in de vorm van Jezus.

Advertenties